In de afgelopen jaren heb ik met veel bewondering gekeken naar de vaardigheden van onze materiaalcommissie leden. In de tijd dat onze vloot voornamelijk uit houten boten bestond zag ik fraaie staaltjes van houtbewerking, werden 1 op 10 verlijmingen aangebracht en complete spanten vervangen. Ook werd duidelijk dat bepaalde materiaalcommissarissen overtuigd waren van de voordelen van aluminium constructies waardoor er creatieve sandwich constructies opdoken. De ’Roei’ krijgt ook met enige regelmaat hulp van de ‘Kano’ als het gaat om glasvezel reparaties. Zo is de Syracuse tot stand gekomen nadat de Agatha ooit in tweeën gevaren is. Michiel heeft het ontbrekende deel weten te bouwen en zo zijn de boeg en de spiegel inmiddels innig aan elkaar verbonden.
De materiaalcommissie heeft zich onlangs gestort op nieuwe constructies om de roertjes, rugleuningen en uitwisselbare roei-plekken netjes op te bergen. Die zijn inmiddels voorzien van ‘oversized’ belettering waardoor het voor iedereen duidelijk zou moeten zijn waar deze losse bootonderdelen te vinden zijn.
Met de dubbel-acht hebben we er 16 riemen bij en de logica waar welke riemen hangen, is ver te zoeken. Het is tijd om na te denken over hoe we met minimale ruimte een maximum aan riemen kunnen bergen. Zoals deze techneuten gewend zijn wordt dit op een degelijke wetenschappelijke manier benaderd. Alternatieven worden verzameld. Mock-ups worden met minimale middelen in elkaar geknutseld, de opties worden in praktijk op je juiste locatie getest en de voor en nadelen worden in detail besproken. De discussies waren heftig maar er is uiteindelijk een gedegen besluit genomen.
Tekst: Maarten Peters, foto: Gert Kruiswijk

