In Jordinael/Nieuwsbrief van 26 februari j.l. schreef Lex van Emden over de initiatieven van de KNRB om het jeugd/juniorroeien weer nieuw leven in te blazen na 40 jaren van weinig  interesse in deze categorie roeiers. Helaas blijkt bij de hele sportsector in Nederland een terugloop van het aantal jeugd/junioren. Deels kan men dit toeschrijven aan de demografische ontwikkeling, namelijk de vergrijzing en natuurlijk grote interesse van de jongere garde in sociale media.

Het initiatief van Lex om  toch te trachten meer junioren in de vereniging te krijgen, naast natuurlijk geïnteresseerde ouderen, is desalniettemin toe te juichen en verdient de nodige ondersteuning, vooral in de vorm van instruktiegeven. De instructie direct in de skiff, de zgn. cybernetische methode, is meer gericht op het geven van opdrachten aan de roeier, waarbij het roeimateriaal eigenlijk de leermeester is. Vooral in het beginjaar moet niet te veel op details worden gelet, wel natuurlijk als deze blessures zouden veroorzaken. Een speelse vorm is uitdagender. Ook het betrekken van al wat ervarener jeugd bij instruktie of organisatie van activitieiteiten loont de moeite., omdat het groepsgevoel sterker wordt, de jeugd/junioren meer gemotiveerd raken en zelf meer gaan roeien en interesse in de roeisport als geheel krijgen.

Maar… niet alleen wat de jongeren betreft zullen we als roeiers de roeiafdeling moeten ondersteunen gezien dit staatje, waaruit de vergrijzing duidelijk blijkt. Meer dan 50% van het ledental is 60 jaar en ouder, waarvan de helft, ca. 55 mensen, 70 jaar en ouder. Dit betekent dat over 10 – 15 jaar zo’n kwart van ons ledental helaas verdwenen zal zijn. Weliswaar komen er elk jaar een paar nieuwe leden bij, echter is dat niet genoeg om het aantal tijdig aan te vullen.

Dit heeft niet alleen gevolgen voor de roeisport, maar ook voor de hele vereniging. Immers, minder inkomsten betekent ook minder geld voor het voortbestaan!

Aan de vloot kan het niet liggen. Die is up-to-date en ziet er schitterend uit met voldoende variatie van boten en meer dan voldoende in aantal, als men uitgaat van de norm, 2 roeiplaatsen op 5 leden.

Het is derhalve tijd om nu te overdenken hoe we met zijn allen aan de toekomst kunnen werken.

Herma Bik