Of ik een cursus bij Filippi, de roeibotenbouwer in Donoratico, Italië, wil doen. Nou, ja, leuk, hmm, nee, ja, van alle kanten ‘ja’ gehoord. “Ja, doen!” “Leuk man!” Okeee… ik ga de cursus wel doen.
Ondertussen heeft mijn broer aangeboden om (op eigen kosten) mee te gaan. Dat is wel fijn want echt reislustig ben ik niet meer en even een aantal dagen met m’n broer op stap, is ook leuk. Op woensdag heen, want de cursus begint op donderdagochtend om negen uur en op zaterdag terug. De cursus duurt tot vrijdagmiddag vijf uur. Ik ben nu (het is woensdagavond) erg benieuwd naar de invulling van de cursus. Ik heb dan wel een beschrijving van de cursus gezien, maar die vond ik ietwat vaag. Morgen weet ik meer!
Drie dagen later en weer op het vliegveld, wachten op de vlucht. Vanochtend veel mist in Nederland en daarmee veel vertraagde vluchten. Hopelijk onze niet, maar wel alle tijd om mijn verhaal af te maken.

Twee dagen Filippi waren intensief. Hele dag op de benen staan en luisteren naar een gepassioneerde Italiaan die voor Italiaanse begrippen geweldig Engels sprak. Samen met een Est, Portugees en een Engelsman (dit wordt geen mop) mochten we op ons eigen stukje Filippi-boot losgaan. Letterlijk, want het eerste wat we moesten doen was met een goede hamer een gat in de romp slaan. Daar was onze grote schade. De kleinere schade werd door ons met de achterkant van de hamer aangebracht: een zachte plek als resultaat. Onze instructeur bracht vervolgens als derde soort schade met een mes nog een paar diepe krassen aan. En diep is tot de koolstof huid. Pijnlijk om te zien, alle schade natuurlijk…
En dan aan de slag. Simone, onze instructeur, laat het op zijn eigen schadeplekken zien. Na zijn voorbeeld moeten wij volgen. Ik zal niet in detail treden, dan wordt het een lang verhaal, maar ik weet nu wel de opbouw van een Filippi-boot. De (standaardkleur) witte huid is geen gelcoat (wat ik altijd gedacht heb) maar ‘gewoon’ verf. Verf is lichter dan gelcoat, logische keuze dus. De huid is flinterdun: behalve op de voor- en achterpunt is de hele boot één laag koolstof binnen, een honingraat als kern en één laag koolstof buiten. Ik weet nu ook dat als er een zachte plek in de huid zit, de honingraat kapot is, er met een handig trucje weer een harde plek van gemaakt kan worden. Handig trucje of niet, het kost wel dagen werk.
En wat we ook zelf mochten doen: na het met een vuller strak trekken en het spuiten van de reparatie. Zo is een gat van drie bij drie centimeter, zomaar een gerepareerde plek van dertig bij dertig centimeter geworden. Wel eentje die je niet meer ziet.
Zo was een cursus van twee dagen af en toe een eye-opener, een ‘goh-doe-jij-dat-zo-momentje’, enorm gelachen met mensen die ik nog nooit gezien had. Het waren vooral de details die het hem deden.
Ik wil de roeicommissie en in het bijzonder Cees hartelijk danken voor de geboden kans.
Tekst en foto’s: Michiel Boonacker

