Artikel met toestemming overgenomen uit het blad Roei.
“Het risico was dat wij ook meegezogen werden”
Omslaan, aanvaringen, schade varen – het hoort allemaal bij het roeien. Maar niemand praat er graag over, omdat het vaak zo gênant is. Op de divan herbeleven roeiers hun pijnlijkste momenten. Dit keer: in het kielzog van een grindschip.
Het was een mooie zomeravond, vertelde je?
Evelien: “Ja, een mooie zomeravond in 1985. Ik was samen met mijn vriendin Evelyn lid geworden bij Michiel de Ruijter in Uithoorn. En hoewel we al konden roeien kregen we toch nog wat instructie. Met Pim als stuur en de Evelienen aan de riemen gingen we in een prachtige houten C2, de Pro Patria, het water op. Eerst een stukje over de Amstel en toen de Kromme Mijdrecht op. Dat is een romantisch kronkelend water door het Groene Hart met kleine boerderijtjes en prachtige bomen, dus heel fijn roeien.”
Maar?
“Het enige is dat daar een grindoverslagbedrijf ergens halverwege ligt. Dus af en toe gaan daar hele zware grindboten door. Nou, die moet je liever niet tegenkomen als je in een roeiboot zit want in dat nauwe water geeft die grindboot een enorme zuiging. Maar wij kwamen dus wel zo’n boot tegen. Diep beladen voer die langzaam op ons af op dat smalle water. We zijn toen hard naar een klein inhammetje geroeid en daar hebben wij ons vastgehouden aan het gras op de oever.”
Hielp dat?
“Nee, we raakten los van de kant en we werden meegezogen naar de achterkant van die grindboot. In het kolkende kielzog kwam de achterkant van de boot in de kant vast te zitten terwijl de boeg beklemd raakt onder het hekanker.”
Dat is heftig. Wat deden jullie?
“Nou, wij sprongen op de kant. Want anders waren wij… Het risico was dat wij ook meegezogen werden. Dus wij konden net op tijd op de kant springen. Op die manier hebben wij ons weten te redden. Het was niet ongevaarlijk, moet ik eerlijk zeggen.”
Dat is mild uitgedrukt. Konden jullie nog verder?
“Lopend was het ruim acht kilometer naar de vereniging, dus we hebben toch maar geroeid.”
Hoe ging dat?
“Moeilijk, want de boeg was afgebroken. De eerste anderhalve meter van de boot hing aan het anker van de grindboot. Dus toen heeft Evelyn geroeid, Pim stuurde en ik zat achter hem om de voorkant van de boot vrij te houden van het water. Zo verlegden we het gewicht naar de achterkant, anders stroomde het water binnen.”
En lukte dat?
“Min of meer. We hebben toch de vereniging weer bereikt. De bootsman stond daar in de late avondzon zijn pijpje te roken toen hij ons plotseling ontdekte. Ik vergeet nooit die blik in zijn ogen.”
Was de boot nog te redden?
“Nee, die was total loss. We zijn nog wel in mijn Lelijke Eend gestapt naar het grindoverslagbedrijf. Het schip lag inmiddels aan de kade. En achter het anker hing nog ons puntje. De schipper had er niks van gemerkt. We hebben toen het puntje rechtop in mijn eend gezet. Zo zijn we naar de vereniging gereden om het puntje af te leveren. Dat heeft nog jarenlang als prijzenkast in de sociëteit gestaan.”
Zijn er nog dingen veranderd om dit soort ongelukken te voorkomen? Bijvoorbeeld om niet meer op de Kromme Mijdrecht te roeien?
“Er is toen wel over gesproken in de vereniging. Maar meer van, hoe gaan we met de schade om? De Kromme Mijdrecht is wel een heel populair stukje bij roeiers. Dit was geen aanleiding om te zeggen dat we er niet meer mochten roeien. Maar je moet heel goed beseffen dat die boten niet kunnen remmen. Dus als je zo’n grindboot tegemoetkomt moet je echt zorgen dat je weg bent.”
Tot slot, wat is er met de Pro Patria gebeurd?
“Na jarenlang sterke verhalen, mochten Evelyn, Pim en ik een nieuwe kunststof C2 dopen. We hebben haar een behouden vaart gewenst: de Pro Patria 2.”


